Kelly zegt foert!

Leve mijn labels (?) - deel 1

Aflevering 25

Niet elk mensenhoofd is op dezelfde manier bedraad: de ene denkt sneller, de andere legt verbanden of volgt regels die niet overeen komen met wat aanzien wordt als de norm. In deze aflevering vertel ik je over mijn neurodivers brein, welke vroege en late diagnoses ik heb gekregen en waarom ik ze liet stellen.

Dit vertel ik:

  • hoe ik uitkijk naar een trip naar New York, voor het eerst in heel wat jaren

  • waarom ik het in de podcast wil hebben over labels en diagnoses en welke disclaimer ik daarbij heb

  • welke diagnose ik op mijn zesde kreeg, en welke 35 jaar later

  • hoe ik ertoe kwam om me te laten testen rond mijn veertigste, en wat mijn kinderen daarmee te maken hebben 

  • mijn advies voor mocht je zelf overwegen om een diagnose te laten stellen

Dit vermeld ik: 

Welkom in deze aflevering van Kelly zegt Foert. Blij dat je er weer bent ook.

Ondertussen is het hier eind september, en maak ik me op voor een week NYC met mijn beste vriendin. Megaveel zin in, en als jij dit beluistert heb ik dat dus al achter de rug.

Voor ik vertrek wilde ik graag nog deze aflevering voor jou inblikken. Het is opnieuw een deel 1 van een tweeluik. Een tweeluik over labels rond neurodiversiteit.

En met neurodiversiteit bedoel ik de diversiteit aan breinen. Hersentjes. Niet elk hoofd werkt immers hetzelfde, en aan mijn eigen brein hangen ook een paar labeltjes.

Disclaimer, voor ik je vertel wat de mijne zijn: ik weet uit ervaring dat spreken over labels triggerend kan zijn voor sommige mensen. Het is mijn persoonlijke mening dat labels op zich neutraal zijn, en dat de lading die ermee kan samenhangen, samenhangt met de betekenis die we eraan geven.

Die is voor iedereen anders.
Ik heb niks tegen labels.
Ik hang er ook liefst geen moreel oordeel aan vast. Ik vind niet dat hoogbegaafdheid beter is dan geen hoogbegaafdheid, ik weet ook uit ervaring dat het een enorm misverstand is dat het iets is dat je leven makkelijker maakt omdat je slimmer bent. Waarover straks meer.

Ik weet dat ADHD alleen al door de naam aanzien wordt als een stoornis of disorder, maar die mening deel ik niet. Als mensen me bijna een innige deelneming toewensen als ik vertel dat ik een late diagnose van ADHD kreeg, als in na mijn veertigste, dan zie ik vooral hun stuk in dat oordeel. Ik ben zelf echt volledig oké met die diagnose en ik ben nog altijd krak dezelfde als ervoor. Of neen: ik ben misschien echt wel van “hoe ouder, hoe hyperder”, wat een van de conclusies was toen ik me liet testen. Dat zie ik als een compliment, omdat ik veertig jaar vooral heb gemaskeerd en nu probeer om zoveel mogelijk mezelf te mogen en kunnen zijn.

Norm of geen norm.
Normaal is volgens mij echt gewoon een standje op de wasmachine, of hoe zeggen ze dat?

Als jij het lastig hebt met het feit dat ik het vandaag over die van mij heb, dan nodig ik je uit om deze podcast over te slaan. En de volgende ook, want dan heb ik het met Dorien van Onderwijs over haar werk voor vrouwen met ADHD. Deze podcast is geen uitnodiging tot discussie over het nut van labelen, of zelfs het bestaan van labels of vormen van neurodiversiteit. Het is wel mijn persoonlijke mening over labels. Klaar voor? Of afgelegd, als dat beter voelt? Dan hoor je dit niet meer, maar bon.

Laat ons eraan beginnen!
---
Eerst even wat context.

Als je me volgt op de socials of hier, dan weet je misschien wel welke labels ik heb.

Indien niet: here goes.

Ik weet al van rond mijn zesde dat ik hoogbegaafd ben, dat is toen getest omdat het PMS signalen zag in het eerste leerjaar die erop wezen dat ik cognitief wat voorzat op de rest van de klas.

We kunnen hier dus spreken van een vroege diagnose, zeker in de jaren tachtig. Die diagnose veroorzaakte geen aardverschuiving, ik weet dat mijn ouders naar de directeur van het PMS moesten, dat die zei wat mijn IQ was en uitriep dat ik zeer intelligent was, en voor de rest was die kous ook af.

Ik vond het zelf vooral een beetje gênant, toen. Dat ik zoveel sneller kon lezen, dat dat mij anders maakte, en dus duurde het ook niet zo heel lang voor ik begon te maskeren. Als in: wegsteken dat ik het antwoord al lang wist. Dat ik veel en veel sneller klaar was. Ik hield helemaal niet van het feit dat kindjes in mijn vriendenboekje schreven dat ze mijn hersens wilden. Ik vond mijn hersens meestal een beetje gênant, dus hield ik me in.

Ook vanuit het zinnetje dat ik in die tijd vaak hoorde: dat ik me vooral niet beter en dus ook niet slimmer moest voelen dan iemand anders. Dat was het laatste dat mocht. Dus ik gehoorzaamde. Het werd bijna een geheim, dat ik slim was. Iets waar ik me voor schaamde. Waardoor het eigenlijk ook zo goed als geen ding meer was. En ik ook nooit of amper stilstond bij dat label.

Er werd ook niks mee gedaan. Kinderen sloegen nog geen jaren over, er was geen plan van aanpak rond in de scholen. Je had het en dat was het dan.

Ik herinner me een moment, een paar jaar terug, toen Anouck Meier en ik al Werk & Leven maakten, en wij een coach inschakelden om de zakelijke kant wat beter te organiseren. Aan de start van het intakegesprek sprak die coach de woorden: “zou het kunnen dat jullie hoogbegaafd zijn?”.

Ik weet nog dat wij allebei uit de lucht vielen en een beetje gegeneerd naar elkaar keken. Dat was nog nooit aan bod gekomen. Ik had me die vraag nog nooit over Anouck gesteld, en zij ook niet over mij. Maar we hadden allebei een vroege diagnose. En zaten ons af te vragen wat dat ter zake deed.

Die coach had naar een paar afleveringen van Werk & Leven geluisterd, en het was haar, samen met een hoop andere luisteraars, opgevallen hoe snel wij praatten en gingen en associeerden. Voor haar was het helder dat er neurodiversiteit in het spel was, maar wij vielen nogal uit de lucht.

Anouck en ik waren op dat moment ook allebei moeder van twee jonge kinderen, en zoals zo vaak in het verhaal van latere diagnoses of een vergroot bewustzijn rond dat soort dingen, begonnen bepaalde vermoedens aan bod te komen bij die kinderen.

Doordat niet alles even vlot ging, en het in tegenstelling tot in de jaren tachtig al sneller op de radar komt als een kind cognitief bepaalde gedragingen vertoont die kunnen wijzen op een hoofd dat ietwat anders is bedraad.

Niet lang nadat hoogbegaafdheid mij van overal kwam aanwaaien en ik al eens terugdacht aan die meneer van het PMS in mijnen tijd, gebeurden er twee dingen.

1. Eén van mijn kinderen had het soms lastig met focussen.
2. Ik zag een filmpje passeren van Mel Robbins, van wie ik al een paar boeken had gelezen. Mel is een Amerikaanse van 54, die ergens rond haar 45ste doorhad dat ze ADD had, attention deficit disorder, en daarover vertelde.

En ik, ik dacht: boeiend, eens klikken. Niet voor mezelf, waarom zelfs, maar gewoon. As you do.

Dat artikel deed een hoop alarmbellen afgaan in mijn hoofd. Of toch bellen, ik weet niet of het alarm was. Tot op dat moment associeerde ik ADD en ADHD zoals de meeste mensen met lastige kleine jongens die de klas op stelten zetten. Dat ging dus zeker niet over het flinke kleine meisje dat ik was.

Alleen zei Mel dat ADD en ADHD zich bij kleine meisjes helemaal anders manifesteert, waardoor er nooit een diagnose komt. Omdat die meisjes innerlijk worstelen, in plaats van uiterlijk. Onder meer door hoe ze gesocialiseerd worden.

Ik voelde op dat moment een knoop in mijn maag.
Mel linkte naar een artikel in The Guardian dat ik in de show notes ga droppen. Na het lezen van dat artikel wist ik het bijna zeker: ik had ADD. Zonder H. Of toch een serieus vermoeden.

Want dat artikel, dat ging over mij.
En dus deed ik wat ik altijd doe als er iets op mijn radar komt. Ik begon boeken te lezen, naar podcasts te luisteren, en er met nieuwsgierigheid naar te kijken.

Ik wilde het ook weten. Of mijn vermoeden klopte. Ik denk dat ik binnen de maand had ontdekt dat er zoiets bestaat als psychodiagnostiek. De leer van het stellen van een diagnose op psychologisch terrein. En dat je dat in Ieper kon laten doen. Ik maakte een afspraak. Gewoon, omdat ik nieuwsgierig was.

Ik doorliep een hoop testen en interviews. Ik liet mijn omgeving vragenlijsten over mij invullen. En toen, op mijn 40 jaar en zes maanden, viel het woord. ADHD. Zeker weten met H, ja.

Eén van de dingen die mij het meest hebben geraakt toen ik de conclusie van het onderzoek hoorde en las, was dit:

Dat de antwoorden van voor mijn puberteit het doen lijken alsof ik geen ADHD had. Maar dat heeft natuurlijk te maken met hoe hard ik heb gemaskeerd en vooral flink wilde zijn.

Wat ik zo verdrietig vind.
Ik moet nog altijd vechten tegen de overtuiging dat ik te veel ben. Dat ik teveel denk, te intens ben in hoe ik praat en denk. Dat ik minder moet zijn, want gewoon in van alles te veel. In enthousiasme, in drukte, in snelheid van denken en praten.

Ik heb me daar zo slecht en alleen over gevoeld.
Ik heb me zo hard geschaamd voor wie ik echt ben, dat ik nu de omgekeerde beweging maak en mijn dopamine volg. Ik wil dat ik het leuk vind, en als iemand anders vindt dat ik bijvoorbeeld te veel post op de socials dan is dat geen signaal meer dat ik iets moet veranderen, maar dat die mens dan dringend iemand moet volgen die minder druk is. Ik neem het dus niet meer persoonlijk. Ik ben veel, dat heeft voordelen en nadelen zoals alles, en als je mij en mijn veelheid aankunt, dan ben je megawelkom. Indien niet: ook helemaal oké. Ik doe niet meer mee aan “wees jezelf, maar niet zo”.

Ik zie het als een deel van mijn missie om te praten over mijn labels en hoe ik ze eerder zie als een superkracht dan als een handicap. Zonder mijn ADHD en hoogbegaafdheid en hooggevoeligheid was deze podcast er niet, net als het werk dat ik doe, en was ik ook niet de coach die ik ben en kan zijn.

Laat je niet wijsmaken dat een diagnose een teken is dat je iets moet veranderen. Voor mij was het een signaal dat het tijd was om mezelf ten volle te omarmen, en te werken met al mijn sterktes en zwaktes om een job en een omgeving te creëren waarin ik kan floreren met het unieke, zalige, boeiende hoofd dat ik heb. Niet om mezelf nog langer in omgevingen en mallen te proppen waarin ik simpelweg nooit ga passen.

Als jij twijfelt of jij buiten de norm valt, op wat voor manier dan ook, en je twijfelt over het laten stellen van een diagnose, dan wil ik je graag nog een paar dingen meegeven.

Ten eerste: stel je de vraag wat jij verwacht van een diagnose. Op zich is die neutraal. Als er lading aan te pas komt voor jou, dan ligt dat niet aan het label maar aan de betekenis die jij kiest te geven aan een label.

Als je je diagnose laat stellen omdat je hoopt op goedkeuring of toestemming van anderen om jezelf te mogen zijn, dan moet ik je misschien waarschuwen of zelfs wat teleurstellen. Jij bent diegene die jezelf die toestemming mag en ook liefst moet geven. Verwacht niet dat anderen het gaan snappen. Dat doen ze niet. En dat is oké. Zoveel mensen, zoveel meningen, en vaak beladen meningen, over iedereen met een label of diagnose.

Doe daar vooral jouw eigen werk rond, rond die aanvaarding, jezelf de toestemming geven om ten volle te zijn wie jij bent zonder te maskeren. Dat begint met kijken naar jouw eigen overtuigingen over normen en daarbinnen vallen. Over verwachtingen en flink zijn en wat jij probeert te bewijzen. Daar zijn geen shortcuts voor.

Laat je niet wijsmaken door anderen dat er iets mis is met jou omdat je een paar parameters kunt afvinken om binnen een bepaald neurologisch beeld te vallen.

Ik zie zaken als ADHD, autisme, begaafdheid als een spectrum waarop wij allemaal wel ergens zitten. En dat is oké.

Nog een tip: ga op zoek naar rolmodellen, en durf er zelf ook een te zijn. Het doet me deugd om te lezen dat veel vrouwen zich ondertussen hebben laten testen nadat ik vocaal was over mijn eigen diagnose van ADHD. En dat ze dankzij die diagnose een beter beeld krijgen van wie ze zijn en mogen zijn, en dat het niet is omdat anderen oordelen vellen dat zij dat moeten doen.

Ik volg een hoop ondernemers met ADHD die hetzelfde werk aan het doen zijn als ik, en in hun job op zoek gaan naar hoe ze kunnen leven en floreren met het hoofd dat op hun schouders staat.
Je kunt een geweldige coach zijn met een ADHD-brein. Zolang je maar inzet op werken met jezelf en jezelf omarmen, niet in proberen te morfen in iets of iemand anders dat zogenaamd beter of normaler is.

In de volgende aflevering deel ik een heerlijk interview dat ik had met Dorien, die zelf al jaren jongeren met ADHD coacht en onlangs ook haar eigen diagnose kreeg. Het was een zalig gesprek, dat ik graag met jou deel.

Een label of een diagnose is data.
Niet meer en niet minder.

Merci om tot hier te luisteren. Dadaaaa.

Heb je genoten van deze aflevering? Laat dan zeker even een review of rating na op Apple Podcasts of Spotify. Zo kunnen anderen ook mijn podcast ontdekken.